Project

Impuls voor onderwijs gericht op offshore wind

De energietransitie is in volle gang. De arbeidskrachten die nodig zijn om die transitie te verwezenlijken, ontbreken echter. Nederland is in de offshore windsector één van de koplopers, maar heeft te maken met een gebrek aan (vak)technici. Het mbo heeft daarin, vanuit de rol als opleider van technische vakmensen, een sleutelrol. Beroepsopleider Scalda pakt de handschoen op door als initiator op te treden van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap (CIV) Wind op Zee. BOOM werkte mee aan de ontwikkeling van het onderliggende businessplan.

 

Enorme parken in de Noordzee

Binnen Nederland bekleedt Zeeland op het vlak van offshore wind een cruciale positie. Als ‘land in zee’ beschikt de regio over de benodigde achtergronden en kenmerken om dit tot een belangrijk (economisch) speerpunt te maken. Huidige en toekomstige ontwikkelingen bevestigen dit beeld; er wordt voor de Zeeuwse kust nu en de komende jaren gewerkt aan een aantal windenergieparken in de Noordzee, die gezamenlijk al het grootste windmolenpark ter wereld vormen (de parken Borsele 1 tot en met 5). En dat markeert nog maar het begin van deze ontwikkeling. Een enorm aantal windturbines moeten gemaakt, getransporteerd en geplaatst worden. Ook wordt de infrastructuur ingericht, met geleidende kabels en met energiecentrales waar de opgewekte elektriciteit samenkomt. Het brengt een jarenlange en grote hoeveelheid aan werkzaamheden met zich mee op het vlak van ontwerp, productie, assemblage, ict en logistiek. En waar de turbines eenmaal staan, start er een voortdurende cyclus van onderhoud.

 

Human capital

Momenteel is er al een tekort aan geschoolde vakmensen en dat tekort zal alleen maar toenemen. Er moeten dus mensen geschoold worden. Jonge mensen die een vakgerichte opleiding krijgen en volwassenen die een omscholing of aanvullende training krijgen. Gericht op specifieke disciplines die bij het uitdenken, aanleggen en onderhouden van windparken nodig zijn én op de specifieke veiligheidsvoorschriften en competenties die komen kijken bij het werken op zee. Zowel overheid, onderwijs als bedrijfsleven geven aan dat de komst van een CIV hiertoe van groot belang is. Het CIV moet een goede, nauwe samenwerking in de driehoek overheid-onderwijs-bedrijfsleven faciliteren. Concreet gaat het werk maken van het op mbo-niveau opleiden van jonge mensen en het omscholen en trainen van volwassenen, gericht op het vele en diverse werk in de offshore windsector. Het einddoel is: onderwijs dat is afgestemd op deze snelgroeiende sector en daarmee voorzien in de grote vraag naar human capital. Ook samenwerking ín de onderwijskolom is daarbij van het grootste belang. Op hbo-niveau is samenwerking gezocht met het Centre of Expertise Water & Energy, waarvan HZ University of Applied Sciences kartrekker is. Zo ontstaan doorlopende leerlijnen van mbo naar hbo.

"Een doordacht businessplan en een concrete regiovisie zijn nodig om de meerwaarde aan te tonen en op die manier aanspraak te maken op stimuleringsgelden."

Joop Maas (BOOM)

Positieve beoordeling RIF-aanvraag

De Nederlandse overheid ziet het belang van een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt en investeert hier ook in. Het Regionaal Investeringsfonds (RIF) heeft de verantwoordelijkheid om de beschikbare subsidiegelden te verdelen. Als samenwerkingsverband kunnen scholen, bedrijfsleven en regionale overheden hiervoor bij het RIF een aanvraag indienen.

“Een doordacht businessplan en een concrete regiovisie zijn nodig om de meerwaarde aan te tonen en op die manier aanspraak te maken op stimuleringsgelden”, licht Joop Maas toe, strategisch adviseur bij BOOM. “In opdracht van Scalda en hebben wij hieraan gewerkt en de eerste versie van de aanvraag is inmiddels als positief beoordeeld, waardoor het CIV inmiddels van start is gegaan. Tijdens het ontwikkelen van de business case, het plan van aanpak en een meerjarenbegroting, is ook gewerkt aan het onboarden van partners en het voorzien in co-financieringen. Tientallen bedrijven hebben hun samenwerking al toegezegd en ook de Provincie Zeeland investeert aanzienlijk in deze ontwikkeling.”

 

Sector als belangrijke stakeholder

Bedrijven in de offshore windsector vormen voor het CIV Wind op Zee belangrijke stakeholders. Het is immers in ieders belang dat het onderwijs in samenspraak met de markt wordt vormgegeven. Maas: “Zeeland moet aantrekkelijk, eigentijds en passend onderwijs bieden voor offshore wind. Contextrijk onderwijs, in praktijkomgevingen, is daarbij de norm. Studenten kunnen dan leren in reële situaties. Zo vinden veel modules en trainingen op locatie plaats; in de praktijk. Ook wordt er samen met het bedrijfsleven nu een state-of-the-art trainingsruimte ingericht, in de vorm van een ‘Windlab’.”

Het CIV stelt partijen in staat om inhoudelijke samenwerkingen aan te gaan, zodat er vanuit een gezamenlijke visie kan worden geïnnoveerd, geëxperimenteerd en geïnvesteerd. Bedrijven die partner zijn van het CIV, brengen vraagstukken, faciliteiten, middelen en expertise in; Scalda voorziet in kennis en uitvoeringscapaciteit. Dit brengt een duurzame publiek-private samenwerkingen tot stand, die het onderwijs voor offshore wind verrijken. Maas: “Zo bereidt Scalda met name jongeren op de mbo-niveaus 3 en 4 voor op een carrière in de offshore wind. Dat geeft hen een zekere toekomst, omdat ze gegarandeerd aan de slag kunnen in deze exponentieel groeiende sector”.