Advies

Onderwijskwaliteit en werving gaan hand in hand

De kwaliteit in het voortgezet onderwijs verdient voortdurende aandacht. De samenleving verandert in rap tempo en dat heeft invloed op het onderwijsveld. Trends als digitalisering en de vraag naar meer interdisciplinair onderwijs drukken hun stempel, maar ook demografische ontwikkelingen leiden tot spanningen ten aanzien van onderwijskwaliteit.

De Onderwijsinspectie sprak deze maand haar zorgen uit over de groeiende kwaliteitsverschillen tussen scholen. Het kwaliteitsverschil tussen scholen in Nederland is volgens de inspectie veel te groot. In geen enkel OESO-land zijn de verschillen zo groot als in Nederland. Dat geeft te denken. In een onzeker en complex speelveld, is een effectieve werving van leerlingen voor scholen cruciaal. “Waar onderwijskwaliteit onder druk komt te staan, is het zaak om de instroom op peil te houden,” betoogt David Westveer, strategisch adviseur bij BOOM.

 

Grote zorgen

Het zijn uiterst pijnlijke conclusies die de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs trekt. Leerlingen met vergelijkbare capaciteiten scoren bij de ene school aanzienlijk hoger dan bij de andere school. Er gaat zo veel talent verloren. Het is een verontrustend gegeven dat ook onderschreven wordt door Inspecteur-generaal Monique Vogelzang van de Inspectie van het Onderwijs. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) maken zich dan ook 'grote zorgen' over de verschillen. “Het feit dat het van je school afhangt of je talenten volledig worden benut, zorgt voor kansenverschillen tussen leerlingen op verschillende scholen. Dat is uiterst ongewenst”, laat Bussemaker deze maand aan de Volkskrant weten.

 

Curriculumherziening

De vernieuwing van het lesprogramma in het onderwijs, ook wel bekend onder de naam Onderwijs2032, staat al lange tijd op de agenda’s. Té lang, oordeeldeTheo Douma, voorzitter van de coördinatiegroep Onderwijs2032. Over de interventie is nu ruim twee jaar gesproken. Maar er is licht aan het einde van de tunnel. Afgelopen week werd bekend dat een kamermeerderheid een curriculumherziening ziet zitten en door wenst te gaan met de ontwikkeling van een eigentijds onderwijsaanbod. Dat aanbod is gericht op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden die leerlingen nodig hebben om volwaardig in de (toekomstige) samenleving te participeren en gaat kaders op het gebied van onderwijskwaliteit bieden. “Een goede impuls in het licht van de gewenste kwaliteitsverbetering,” stelt Westveer. De Coördinatiegroep van Douma diende een voorstel in waarop de Kamer een aantal aanpassingen voor stelde. De Tweede Kamer heeft hiertoe inmiddels een aantal moties aangenomen waarmee de herziening een feit wordt*. 

"Scholen die zelf initiatief nemen en vanuit een duidelijke visie en identiteit handelen, verbeteren op eigen kracht hun kwaliteit en weten de meeste en beste leerlingen en docenten aan te trekken."

David Westveer (BOOM)

Visie

De recente ontwikkelingen en aankomende veranderingen mogen geen excuus zijn voor scholen om de handschoen nog even te laten liggen ten aanzien van kwaliteit. “Scholen die zelf initiatief nemen en vanuit een duidelijke visie en identiteit handelen, verbeteren op eigen kracht hun kwaliteit en weten de meeste en beste leerlingen en docenten aan te trekken. Met de aanstaande vernieuwingen is voorsorteren op onderwijskwaliteit, schoolontwikkeling en een gerichte werving het devies”, zegt Westveer. “Hetzij op eigen kracht, hetzij door het aangaan van een samenwerking ofwel een fusie." Ook de te verwachten veranderingen rondom de Fusietoets - het algemeen overleg van de Vaste Kamercommissie (VKC) voor onderwijs stond voor 18 januari 2017 en is tot nader orde uitgesteld – mag geen belemmering vormen om nu al van schoolontwikkeling een prioriteit te maken.

 

Identiteit van de school

Het aantrekken van voldoende en de juiste leerlingen is een bestaansvoorwaarde voor een school en ook een voorwaarde om voldoende middelen te kunnen aanwenden voor de ontwikkeling van onderwijskwaliteit. Dat proces begint bij de school zelf. Bij een integrale visie gericht op een gezond toekomstperspectief,” vervolgt Westveer. Wat is de identiteit, oftewel het schoolprofiel van de school? Waar is men goed in en wat zijn de unieke, onderscheidende elementen? “Een scherpe beantwoording van deze vragen vormt de basis voor een succesvolle ontwikkeling van de schoolorganisatie en -cultuur, een pedagogische en onderwijsinhoudelijke visie en ook een onderwijsconcept met de daaruit voortvloeiende profileringsaspecten”, zegt Westveer. Bij de opzet van effectieve wervingsactiviteiten en de inzet van middelen, is het zaak om vanuit deze aspecten te vertrekken.

 

Strategische keuzes

Scholen die starten met een integrale visie en die de juiste strategische keuzes weten te maken, binden voldoende én de juiste leerlingen én docenten. Zij kunnen zo de beste onderwijskwaliteit bieden. De Onderwijsraad gaf vrij recentelijk niet voor niets het advies dat onderwijskwaliteit moet doorklinken in richtinggevende doelen en processen. Westveer: “De identiteit, koers en cultuur van de school blijken doorslaggevend bij het aantrekken en behouden van onderwijsgevend personeel. ‘Zwakkere’ scholen hebben vaak moeite met het aantrekken en behouden van goede docenten. Dat komt niet zozeer direct doordat onderwijskwaliteit onder druk staat of ondermaats is, maar meer door het in de praktijk ontbreken van duidelijkheid over de identiteit, koers en de cultuur van de school. Daarom hebben scholen niet alleen een probleem bij het aantrekken van docenten, maar ook van leerlingen.” Het is de verantwoording van de schoolleiding om strategische keuzes te maken die passen bij de sociale omgeving en de huidige en toekomstige leerlingpopulatie in de omgeving van de school.

 

Integrale verantwoordelijkheid bestuurders

De inspectie stelt bestuurders van scholen reeds verantwoordelijk voor financieel beleid van scholen. Maar de inspectie gaat breder toezien op de kwaliteit van de bedrijfsvoering van scholen. Ook neemt het belang van keurmerken toe. Scholen met beperktere financiële mogelijkheden zetten samenwerkingsverbanden op om beter onderwijs kunnen bieden. Westveer: De toegenomen dynamiek leidt tot een situatie waarbij van schoolleiders en onderwijsbestuurders meer ondernemerschap wordt gevraagd. Waar zet een school op in? Op die vraag zal antwoord moeten komen. Schoolleiders en -bestuurders zullen meer dan tevoren een brede visie moeten ontwikkelen met een bijbehorende strategie en korte en lange termijndoelstellingen. Vanuit een duurzaam en houdbaar toekomstperspectief is het zaak om scherpe keuzes te maken.

 

Leerlingenwerving: wie kiest wie?

Het kiezen van een middelbare school is voor groep 8-leerlingen niet eenvoudig. Verschillende factoren beïnvloeden de uiteindelijke keuze. Scholen hebben in dat proces de rol om goed te laten zien wie zij zijn. “Het is vaak de gedachte dat leerlingen de school uitkiezen. Andersom zou het eigenlijk ook zo moeten zijn,” legt Westveer uit. “Niet letterlijk natuurlijk, maar door zorgvuldige strategische keuzes worden wél de leerlingen aangesproken die écht bij de school passen. Dat is heel wat waard.”

Een unieke situatie is die in het Amsterdamse onderwijslandschap, waar scholen en leerlingen al letterlijk worden gematcht. Hoewel dit lang niet voor elke school van toepassing is, zijn er voor scholen meerdere redenen om niet alleen voldoende, maar vooral de juíste leerlingen aan zich te binden. “De onderwijsvernieuwing krijgt de komende jaren verder gestalte,” aldus Westveer. “Scholen in het voortgezet onderwijs staan voor ingewikkelde keuzes. Als je leerlingen in huis hebt die goed bij het schoolprofiel passen, dan wordt het eenvoudiger om richting te geven.”

 

Tools

Een goede werving van leerlingen gaat dus van start bij de identiteit van de school. Het ‘waarom’ en het ‘wat’ verdienen daarbij nadruk. Westveer: “We weten nog niet welke banen er in de toekomst zijn voor leerlingen die nu instromen. Daarom is het belangrijk om hen de juiste tools mee te geven. Leerlingen moeten weten waaróm ze iets leren. En in het kader van de werving is het van belang om te laten zien waarom een school daarvoor de béste school is.”  

* Als eerste stap betreft Nederlands, rekenen en wiskunde, Engels, burgerschap, digitale geletterdheid en techniek. Voor deze onderdelen omschrijven ontwikkelteams, bestaande uit leraren en schoolleiders en met nauwe betrokkenheid van experts en vakverenigingen, zogenaamde bouwstenen. Deze dienen als basis voor de uiteindelijke eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus. In 2018 wil de Tweede Kamer zich buigen over deze bouwstenen. Daarnaast vraagt de Kamer om voor de overige leergebieden en vakken uit het voorstel, zoals mens en maatschappij met daarbij onder andere de vakken geschiedenis en maatschappijleer, eerst bij het onderwijsveld na te gaan of hiervoor nieuwe eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus noodzakelijk zijn. Bron: Onsonderwijs2032.nl.