Insight

Reputatieranglijst: innovatie en purpose lonen

Innovatie en maatschappelijke betrokkenheid zijn – ook dit jaar weer – belangrijke succesfactoren voor bedrijven in de top van de reputatieranglijst: de ranglijst van grote bedrijven met de beste reputatie. Winnaar Philips is daarvan een uitstekend voorbeeld, met als missie het verbeteren van levens door ‘betekenisvolle innovatie’. Dat Philips al 12 jaar op rij de ranglijst aanvoert, is overigens niet verwonderlijk: reputatie opbouwen is een prestatie die vraagt om een lange adem. Andere organisaties moeten van ver komen. Soms lukt dat. De grote stijger dit jaar is het purpose driven DSM.

De jaarlijkse ranglijst van het Reputation Institute is gebaseerd op het Reptrak-model, dat zowel emotionele als rationele beoordeling van bedrijven meet. Bij emotie gaat het om zaken als: heeft iemand bij een onderneming een goed gevoel, vertrouwen, bewondering of respect? Bij ratio gaat het om een oordeel op zeven dimensies: producten en diensten, innovatief vermogen, werknemerswelzijn, governance, maatschappelijke verbinding, leiderschap en financiële prestaties. 

Bron: Reputation Institute 

 

High impact innovaties

Kijkend naar de afgelopen jaren is de reputatieranglijst redelijk consistent gebleven. DSM maakt dit jaar een grote sprong, dankzij onder andere een groeiende aandacht voor purposegedreven transformaties en high impact innovaties op het gebied van klimaat en voedsel. Maar uiteraard scoren de winnaars óók goed op andere dimensies, zoals financiële prestaties en leiderschap. 

 

Financiële organisaties onder druk

Naast de grootste stijger, moet er ook een bedrijf zijn dat de grootste daling heeft ingezet. In 2019 is dit ING. Het lijkt erop dat de discussie rondom de bonussen van Topman Ralph Hamers zijn sporen heeft nagelaten. De daling van ING sluit aan op het beeld dat er over de gehele financiële sector heerst. Ethiek en governance zijn dimensies die onder druk staan binnen deze sector en een negatief effect hebben op de reputatie. Opvallend hierbij is volgens Thomas McNeill van de het Reputation Institute dat jongeren ING minder hard afstraffen dan 35-plussers: “Millennials zien vooral de innovatietechnologie van ING die tot een betere productervaring leidt. Ook Shell wordt door jongeren positiever beoordeeld op engagement; wellicht omdat zij niet gehinderd worden door herinneringen aan ‘schandalen’ die voor hun tijd plaatsvonden”[1]. 

 

Het Reptrak-model als sturingselement 

Het framework van het Reptrak-model is uitermate geschikt om een reputatieonderzoek mee op te zetten onder meerdere stakeholders en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid als sturingsinstrument om de reputatie vanuit de organisatie te versterken. Collega David Westveer lichtte dit eerder al toe in zijn artikel IJzersterke reputatie door reputatiemanagement met purpose.

 

[1] Thomas Mc Neill, Reputation Institute, Adformatie