Advies

Strijd en samenwerking in het voortgezet onderwijs

Wat al jarenlang werd voorspeld, is nu een feit. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs daalt drastisch. In september gingen er ongeveer 10.000 minder leerlingen naar de middelbare school dan vorig schooljaar. Ten opzichte van nu zijn er in 2030 naar verwachting ongeveer 100.000 minder leerlingen voor het vmbo, de havo en het vwo. Om zich staande te houden hebben scholen de keuze: een fellere concurrentiestrijd aangaan of meer samenwerking zoeken. Beide strategieën starten vanuit eenzelfde basis.

De daling van het aantal leerlingen laat grote regionale verschillen zien (1). Waar er in Gelderland een daling is van ruim 30%, laat de regio Amsterdam een lichte stijging zien. Dit strookt met het algehele beeld, waarbij er in grote steden meestal sprake is van weinig verschil in de leerlingenaantallen en de krimp voornamelijk gevoeld wordt in kleinere steden en in landelijke gebieden. 

Krimp als kans

Wanneer een school kampt met een terugloop van het aantal leerlingen, heeft dat een direct effect op de financiering en daarmee op de bedrijfsvoering. Hierdoor kan de onderwijskwaliteit onder druk komen te staan en zelfs ook het bestaansrecht. Scholen zijn zich dus al jarenlang aan het voorbereiden op de krimp; onder meer gebruikmakend van de veelheid aan onderzoeken, visies en rapporten met de dalende leerlingenpopulatie als onderwerp. Zoals de rapportage ‘Krimp als kans (2010)’ van het Sectorbestuur Onderwijs Arbeidsmarkt. Naast de mogelijkheid om het aantal klassen af te bouwen door oudere docenten af te laten vloeien, komen ook daar de oplossingsrichtingen vooral neer op het vergroten van het concurrerend vermogen of het intensief gaan samenwerken met scholen in de regio. Daarbij kan gedacht worden aan het nog maar op één locatie aanbieden van bepaalde vakken, het gebruikmaken van elkaars huisvesting en faciliteiten, het uitwisselen van docenten, enzovoorts. Fuseren kan ook een optie zijn.

 

Publieke opdracht

De vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs, de VO-raad, geeft de voorkeur aan samenwerking boven het aangaan van de concurrentiestrijd. "De verantwoordelijkheid van het schoolbestuur houdt niet op bij het hek van de school; in de regio moet het gebeuren. Dat er scholen zijn die met de rug naar elkaar toe staan is niet langer aanvaardbaar en in strijd met de publieke opdracht die we met elkaar hebben", aldus de voorzitter van de VO-raad Paul Rosenmöller in zijn speech tijdens het VO-congres 2018.
 

"Ook als een scherpere profilering en daarmee een hevigere concurrentiestrijd het doel is, moet eerst inzichtelijk zijn waar de school voor staat; wat haar authentiek, relevant en onderscheidend maakt. "

Annelies Fugers (BOOM)

Identiteit duiden 

Wordt het samenwerken, of toch intensiever vechten om iedere beschikbare leerling? Dat hangt per situatie van een complex aantal factoren af. Niet in de laatste plaats het contact met de collega-school of -scholen in de regio en de bereidheid tot samenwerking. Ongeacht naar welk scenario de scholen toe bewegen, is een inventarisatie van de eigen kracht een logische eerste stap. Als de school eerst vaststelt hoe haar identiteit is te duiden en welke kenmerkende elementen hierin waardevol en bepalend zijn, weet het welke verbindingen er met de andere school gemaakt kunnen worden; waar overeenkomsten zijn en waarop men elkaar juist kan aanvullen. Ook als een scherpere profilering en daarmee een hevigere concurrentiestrijd het doel is, moet eerst inzichtelijk zijn waar de school voor staat; wat haar authentiek, relevant en onderscheidend maakt. Daarmee wordt duidelijk welke sterke, kansrijke punten de school nadrukkelijker naar voren moet laten komen in haar werving en voorlichting.

 

Veranderen is een voorwaarde 

Jezelf goed kennen en dus weten waar de eigen kracht ligt, is in alle gevallen essentieel bij het nadenken over toekomstige scenario’s. Als er vanuit die basis keuzes worden gemaakt, passen die bij de school en worden ze bewust en weloverwogen gemaakt. ‘Dichtbij jezelf blijven’ wil echter niet zeggen dat alles bij hetzelfde moet blijven; dat is gezien de demografische ontwikkelingen geen optie. Veranderen is een absolute voorwaarde om bestaansrecht te houden. Hierbij kan juist de identiteit het fundament én het vliegwiel zijn voor de noodzakelijke verandering.

 

1. Rijksoverheid. (2018). Grote uitdaging voor middelbare school met krimp. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2018/06/12/grote-uitdagingen-voor-middelbare-scholen-door-krimp.