Insight

Wat de biologische antropologie ons leert over teamwork

“Natúúrlijk vind ik het niet nodig dat ik word genoemd; het was een teamprestatie!” We zeggen het allemaal, terwijl we stiekem hunkeren naar erkenning voor de eigen bijdrage. En daar kunnen we eigenlijk niets aan doen. Als mens voeren we namelijk voortdurend een innerlijke strijd tussen willen excelleren en willen samenwerken, zeggen Jitske Kramer en Danielle Braun in hun boek ‘Building tribes’. Wat leert de biologische antropologie ons over goed samenwerken op de werkvloer?

Drie breinen

Het besef dat wij mensen geen rationele wezens zijn, is bij iedereen wel doorgedrongen. Het zit hem in het feit dat ons hersenen – grofweg – uit drie ‘breinen’ bestaan en dat ons tribale brein (dat van de emoties) veel sneller reageert dan ons rationele brein. Dus voel je eerst een steek van jaloezie als je collega promotie krijgt, om je een paar seconden later te realiseren dat niemand anders het meer verdient dan zij. Met schuldgevoel en stress als gevolg. En zie daar ons derde brein in actie: het oerbrein.

 

Tegengestelde krachten

Daarnaast worden we innerlijk ook nog eens verscheurd door twee tegengestelde, diepgewortelde krachten: onze innerlijke jager aan de ene kant en de verzorger aan de andere kant. De jager wil excelleren en heeft behoefte aan erkenning; de verzorger streeft naar harmonie en wil samenwerken. In een sterke groep (tribe) wordt de chemie van beide krachten optimaal benut: sterke tribes verbinden waar het kan, vechten waar het moet, herstellen waar mogelijk en gaan uit elkaar als het niet anders kan. Daarmee is ook meteen het belang duidelijk van zorgvuldige personeelswerving (kijk naar méér dan opleiding en CV; kijk vooral ook naar persoonlijkheid), van teambuilding en van het dagelijkse potje tafelvoetbal.

 

Balans zoeken

Volgens de biologische antropologie spelen daarnaast ook hormonen een belangrijke rol. Grofweg gaat het om twee soorten: prestatiegerichte hormonen (power) en hormonen die rust en stabiliteit brengen (love). De truc is balans zoeken: gaat alles om harde deadlines en aan resultaat gerelateerde beloningen, dan draaien medewerkers op endorfine, zijn ze verslaafd aan dopamine en is de kans op burn-outs groot. Knuffelen ze elkaar helemaal plat en draait alles om harmonie, dan floreren serotonine en oxytocine, is het reuze gezellig en is iedereen blij, maar kan de productiviteit wat achter blijven.

 

Heel menselijk

Organisaties moeten de rol van emoties dus niet onderschatten; die vragen gerichte aandacht. Niet alleen om een goed functionerend team met gelukkige medewerkers te hebben, maar bijvoorbeeld ook om veranderingen succesvol door te voeren. Het volstaat niet om te vertellen wat er gaat veranderen, met een goede toelichting bij het waarom. Geef in dat verandertraject veel mogelijkheden voor samenwerking én ruimte om mensen daarbinnen te laten excelleren. En zet die mensen af en toe eens in de schijnwerpers; ook als ze daar zelf niet om vragen. Ook al zullen zij het zelf niet snel toegeven, ze zullen genieten van de waardering en erkenning. Zoals de Romeinse schrijver Publius Terentius het al meer dan tweeduizend jaar geleden zei: ‘Niets menselijks is ons vreemd’.